ROC van Twente op weg naar een formatieve cultuur

ROC van Twente op weg naar een formatieve cultuur

Inmiddels is de opleiding Sport en Bewegen (niveau 3 en 4) negen maanden onderweg met de Leermeter. Deze wordt ingezet voor alle 1e jaars studenten en elk schooljaar komt daar een nieuwe lichting bij. Geert Westerhof, Teammanager Sport en Bewegen bij het ROC van Twente vertelt me zijn ervaringen van het afgelopen schooljaar en wat het loslaten van cijfers betekent voor studenten, docenten en medewerkers.

Wat zijn de eerste ervaringen met het loslaten van cijfers?

“We merken dat studenten nog heel erg moeten wennen. Studenten die behoefte hebben aan structuur verliezen voor hun gevoel wat grip zonder cijfers, die nemen we echt nog bij de hand. Studenten die al zelfstandiger zijn kunnen er prima mee over weg. In de toekomst zullen nieuwe studenten er waarschijnlijk ook makkelijker aan wennen omdat formatief evalueren ook steeds meer in het voortgezet onderwijs wordt toegepast. Ouders waren zeer enthousiast bij de presentatie van formatief evalueren met behulp van de Leermeter en de eerste geluiden zijn positief. Maar ook sommige ouders moeten wennen aan deze manier van werken. Er is weleens de verwachting dat er elke periode een schuifje in de Leermeter wordt doorgezet, maar dat is vaak niet het geval. Ontwikkeling is geen lineair proces wat je in de afgesproken tijd afvinkt.”

Hoe zijn de ervaringen van docenten en medewerkers?

”Voor de docenten is formatief evalueren echt een flinke verandering, je springt toch een beetje in het diepe. Docenten hadden (en hebben) de tijd nodig om te leren hoe je een goed feedback gesprek voert, hoe om te gaan met bewijslast van een student en het ondersteunen van studenten bij het invoeren van de feedback op hun eigen ontwikkeling. Voor ons betekende dat veel bijstellen en daar zijn we nog steeds mee bezig. In eerste instantie kozen we ervoor om de vakkenstructuur als basis te nemen voor de Leermeter, maar daar zijn we van teruggekomen. Het was voor ons een erg arbeidsintensief proces en we zijn nu bezig met de inrichting van kerntaken en leerwerkprestaties zoals Landstede en het Friesland College dat ook doen. Achteraf hadden we docenten voor de start nog iets beter kunnen ondersteunen. Soms doe je te veel aan begeleiding, nu wellicht iets te weinig. We zijn met een groepje docenten gestart met interne trainingen en workshops om de formatieve cultuur te versterken. Bijvoorbeeld het introduceren van peer-feedback waarbij studenten elkaars werk nakijken of het vooraf bespreken van succescriteria met een docent, bijvoorbeeld als je tijdens een les een salto gaat aanleren. Onderwijskundigen en een ontwikkelgroep van Niveau 3 en 4 kijken mee en helpen met ontwikkelen, bijstellen, de coaching van docenten en het meedenken over het aanleveren van bewijslast. Voor overige medewerkers heeft de introductie van de Leermeter minder impact.”

Zijn studenten geïnteresseerd in de feedback nu er geen cijfers meer zijn?

“Onze niveau 4 studenten pakken dat iets beter op en beginnen die interesse te tonen. Andere studenten zien de Leermeter meer als manier van voortgang op weg naar het diploma, terwijl het moet gaan om je eigen ontwikkeling en niet simpelweg het afvinken van tijd. Daarom is het belangrijk om een formatieve cultuur te ontwikkelen binnen Sport en Bewegen. De intrinsieke motivatie bij studenten moet gestimuleerd worden en ik denk dat de Leermeter hieraan een hele grote bijdrage kan leveren.”

“Maar ook voor docenten is het wennen. Het geven van feedback is één, maar controleren of een student iets met de feedback doet is eigenlijk nog veel belangrijker. Daar helpen we de docenten zoveel mogelijk mee. Een bijkomend voordeel van het afscheid nemen van cijfers is dat ons overleg veel intensiever is geworden. Formatief evalueren verplicht ons om vakken op dezelfde manier in te richten, hierdoor gaan we om tafel om samen de leerwerkprestaties vorm te geven.”

Waarom sluit formatief evalueren zo goed aan bij de opleiding Sport en Bewegen?

“Vooral omdat de opleiding bestaat uit veel praktijkvakken. Studenten leren sportlessen geven, sportactiviteiten begeleiden en evenementen organiseren. Terwijl de meesten binnenkomen met het idee: ik ga lekker veel sporten. Vanaf het begin is de persoonlijke ontwikkeling van de student belangrijk, je moet onder andere leren om voor een groep te staan, het voortouw te nemen en goede uitleg kunnen geven. Het begint veilig met eerst aan elkaar lesgeven, daarna gaan studenten ook lessen verzorgen op andere scholen aan scholieren die ze niet kennen. De ontwikkeling is dan erg belangrijk en feedback helpt daarbij: wat vond je moeilijk aan een nieuwe groep lesgeven, wat gaat er mis als je een evenement niet goed organiseert?”

“Daarnaast lenen aspecten van onze opleiding zich heel erg voor het meten van de ontwikkeling in plaats van het eindresultaat. Neem als voorbeeld 10 kilometer hardlopen. In het verleden werd er een cijfer gegeven voor de tijd de je loopt. Maar met het huidige systeem word je beoordeeld op je ontwikkeling. Als je in het begin 60 minuten deed over 10 kilometer en je verbetert dit tot 52 minuten, dan heb je het over een geweldige ontwikkeling. Vroeger kreeg je hier een 6 voor, nu is het formatieve oordeel veel waardevoller voor de student. Hoe ga je van je beginniveau naar je eindniveau. Dat proberen we meer tussen de oren krijgen, in plaats van alleen te kijken naar het eindresultaat. Onze docenten gaan continu bezig met de vraag: wat heeft de student nodig om het volgende stapje te zetten? We zijn met de bewustwording bezig om de focus op ontwikkeling te leggen. We geven onszelf wel de tijd, het is nog niet perfect in één jaar. We hebben hier wel drie tot vijf jaar voor nodig.“

Hoe begeleiden jullie studenten zonder ze helemaal los te laten?

“We nemen ze eerst bij de hand en gaan ze dan steeds meer loslaten als we merken dat ze de verantwoordelijkheid zelf aankunnen. Bij niveau 4 verwachten we de studenten eerder te kunnen loslaten, omdat deze studenten minder structuur nodig hebben dan bij niveau 3. Een volgende stap op het gebied van eigen verantwoordelijkheid wordt het eigen tempo van de studie bepalen. Als een student de niveau 3 opleiding niet in drie jaar doet, maar in tweeënhalf jaar kan doen dan gaan we die ruimte geven. Als een student heel goed is in rekenen, mag hij direct examen doen zonder de vakken te volgen. Op deze manier kan hij zich richten op andere vakken en zich daar meer in ontwikkelen.”

Hoe weten jullie wanneer een student klaar is voor het examen?

“We richten ons onderwijs zo in dat de laatste leerwerkprestatie een soort proefexamen is. Als een student dat aankan, dan weten we dat hij klaar is voor het examen. Bij onze opleiding bestaat het laatste half jaar uit de examenfase, daar moeten we met cijfers werken en gebruiken we de Leermeter niet meer. Voordat die examenfase start geeft de Leermeter dus per student aan of hij wel of niet de examenfase in kan gaan.”

Hoe ziet jullie toekomst eruit qua ontwikkelingen?

“Vanaf volgend schooljaar gaan we bij de nieuwe studenten het eerste half jaar kennismaken met de Leermeter, maar deze nog niet direct inzetten. We gaan er eerst voor zorgen dat studenten zich thuis voelen, een bevestiging voor zichzelf krijgen van de juiste studiekeuze en ze voorbereiden op de formatieve cultuur. Verder gaan we naast het gebruiken van kerntaken en leerwerkprestaties aan de slag met de formatieve cultuur versterken, ontwikkelingsgericht leren en ouderbetrokkenheid stimuleren. Ook zijn we een formatief handboek aan het ontwikkelen met allerlei tools en werkvormen voor docenten om feedback te geven.”

“Tot slot zou het mooi zijn als ons gebouw zich nog iets beter zou lenen voor een formatieve cultuur met leertuinen en open ruimtes. Helaas leent de Grolsch Veste (stadion FC Twente) zich hier op dit moment niet voor, maar wie weet wat de toekomst ons brengt.”

Lennart Strik

Lennart is Content Marketeer bij Educator en deelt regelmatig kennis en inspiratie over innovaties in het onderwijs.

More Posts - LinkedIn

Related Posts