Educator onmisbaar in de studentgerichte benadering

Op het Rechterland – één van de locaties van Landstede – ontmoeten we Rienk Geertsma en Dennis van Oeveren. Rienk Geertsma is kadermanager examineren en projectleider Talentvol Ontwikkelen en Dennis is kadermanager Onderwijslogistiek en werkzaam in het landschap ‘Gezond en Wel’. We praten over de toepassing van e-TO en wat dit Landstede oplevert!

Talentvol ontwikkelen: Aansluiten bij de talenten en behoefte van de student!

We spreken allereerst over Talentvol Ontwikkelen, de visie die Landstede heeft op onderwijs. Rienk Geertsma: “Hetwezenlijke uitgangspunt van Talentvol Ontwikkelen is dat studenten verschillend zijn en zich dus ook verschillend ontwikkelen: qua stijl, qua tempo en tot verschillende niveaus. Vanuit dat perspectief kiest Landstede voor maatwerk. We helpen de student meer eigenaar en regisseur te worden van het eigen leerproces.
Dit traject is al enkele jaren geleden ingezet, maar op een gegeven moment merkten we dat we in de implementatie daarvan stagneerden. We hadden behoefte aan instrumenten om Talentvol Ontwikkelen een stap verder te brengen.
We hebben uiteindelijk na een selectietraject gekozen voor Educator, omdat zij deze onderwijsvisie het beste wisten te vertalen en lieten zien dat ze als ontwikkelpartner konden meedenken in de processen die we hadden beschreven.”

Decentrale bedrijfsfilosofie

Landstede MBO verzorgt onderwijs voor zo’n 10.000 studenten in de regio Zwolle, met haar belangrijkste locaties in Harderwijk, Raalte en Zwolle.
Rienk Geertsma: “Kenmerkend voor Landstede is een decentrale bedrijfsfilosofie. Daarin kunnen duizend bloemen bloeien. Talentvol Ontwikkelen ondersteunt hierin vanuit een centrale visie, met een aantal belangrijke uitgangspunten, zoals samenwerking en kennisdeling binnen en over landschappen en het bieden van de mogelijkheid om te kunnen leren over landschappen heen. Om dit mogelijk te maken ontstond de noodzaak om te standaardiseren. Daarmee is de gedachte voor één instrument en werkwijze voor heel Landstede MBO geboren.”

Kwalitatieve impuls in de ontwikkeling van onderwijs

Binnen e-TO beschrijven teams hun onderwijs in de onderwijscatalogus, met behulp van gestandaardiseerde formats. Van Oeveren: “e-TO geeft ons als onderwijsprofessionals de tools in handen om op een andere manier en met een ander perspectief naar het onderwijs te kijken. Door onderwijsactiviteiten in de onderwijscatalogus te beschrijven – bij Landstede TWIXX en LWP’s genoemd – krijgen we goede discussies hoe we eigenlijk les geven. Het is dus belangrijke input om als team het gesprek aan te gaan over aantrekkelijk en eigentijds onderwijs. “
Geertsma vult aan: “Eigenlijk zie je dat ook terug in de implementatie van e-TO. Deze gaat niet over een softwaresysteem, maar is in feite een gesprek over de kwaliteit van het onderwijs.”

De kunst afkijken

Dennis van Oeveren vervolgt: “Bovendien geeft het ons de mogelijkheden eenvoudig te zien hoe anderen binnen Landstede lessen vormgeven. We merken meer en meer in de praktijk dat docenten voordat ze gaan ontwikkelen, eerst in de onderwijscatalogus kijken om te zien wat elders binnen Landstede is ontwikkeld, om de kunst af te kijken of ontwikkeld materiaal te gebruiken.”

Samenwerken over de locaties

Rienk Geertsma vult aan: “Het helpt dus om met elkaar in verbinding te komen.
We kennen bijvoorbeeld opleidingen die verspreid over meerdere locaties gegeven wordt. Hierin is de examinering uniform, maar kan het onderwijs verschillend worden vormgegeven. We zien in de praktijk ontstaan dat verschillende locaties de voordelen zien van samenwerken. Er worden bijvoorbeeld samenwerkingsovereenkomsten afgesloten waarbij de ene locatie niveau 2 ontwikkeld en een andere locatie niveau 3.”

Standaardisatie als randvoorwaarde

Van Oeveren: “Standaardisatie is hierin dus een randvoorwaarde. Doordat we als Landstede afspraken hebben gemaakt om onderwijs op één manier te beschrijven, zijn we dus eenvoudig in staat om uit te wisselen.”

Toegevoegde waarde docent: Integraal beeld van onderwijs

Over de meerwaarde voor de docent zegt Van Oeveren het volgende: “Je hebt één plek waar de materialen staan, je hebt in één oogopslag zicht wat een student de komende periode volgt en kunt zien wat de activiteiten zijn die de student volgt bij een collega.
Als docent heb ik bovendien veel beter beeld hoe mijn onderdeel zich verhoudt ten opzichte van onderdelen in het onderwijsprogramma. In het plan van de student, maar ook in het kader van ontwikkeling van onderwijsactiviteiten.
Ook ben ik als docent veel beter in staat om studenten te ondersteunen wanneer het gaat over een onderwijsactiviteit van een collega. Ik kan nu over de schouders van een student meekijken naar de beschrijving van de activiteit en vanuit die context de student op gang helpen of gerichte vragen stellen.“

De student: “Dit hadden we 4 jaar eerder willen hebben.”

Over de vraag hoe studenten e-TO ervaren, zegt Van Oeveren het volgende: “Met een aantal 4e jaars waar ik het mee besprak, kreeg ik de reactie terug: Meneer, dit hadden we 4 jaar eerder moeten hebben.”

Ze bedoelen dan met name het overzicht van examenresultaten voor een student en inzicht in notities (van het coachgesprek), maar ook de verbinding met sociale tools zoals Dropbox, Facebook en Skydrive.

Van Oeveren: “Tegelijkertijd zien we dat de student e-TO moet leren. Dan heb ik het niet zozeer over het instrument zelf, maar meer over het feit dat het instrument de student helpt eigenaar te worden van zijn leerproces, waarin je als student continu reflecteert aan de hand van het beroepsbeeld en leerdoelen opstelt.”

Leermeter: Zicht op de ontwikkeling

Een instrument dat Landstede samen met Educator heeft ontwikkeld is de Leermeter. Geertsma: “Als student is het – samen met de coach – belangrijk om zicht te hebben op zijn ontwikkeling. De leermeter geeft dat inzicht, doordat elke periode de student en coach beide bepalen aan de hand van werkprocessen wat de voortgang is geweest en wat leerdoelen zijn voor de komende periode. Op deze manier kan de student ook eigenaar worden van zijn eigen ontwikkelproces. Doordat dit in e-TO is vormgegeven, geeft dit betrokkenen eenvoudig en integraal zicht op de meest actuele informatie.”

Flexibele in- en uitstroom

Door de persoonlijke inkleuring van een opleiding zo centraal te stellen, ziet Geertsma de flexibele in- en uitstroom nadrukkelijk opkomen. Geertsma: “Er zijn steeds meer opleidingen die kiezen voor meerdere instroommomenten per jaar, om daarmee de student beter te bedienen en aan te sluiten bij zijn persoonlijke situatie. e-TO maakt dit als instrument ook mogelijk, doordat de student met zijn individueel leerplan het uitgangspunt is.”

Educator als organisatie: Het staat of valt met de juiste mensen

Geertsma: “Ik ben heel positief over de samenwerking met Educator. Ik heb het tot dusver ervaren als een hele prettige en ontspannen samenwerking. Er is op alle vlakken heel goed mee gedacht. Ik heb de ontwikkelrelatie bovendien als heel positief ervaren, waarin we samen nadachten over de beste oplossing voor het onderwijs. Je merkt dat dit staat of valt met de juiste mensen.”

Toekomst: e-TO onmisbaar in de studentgerichte benadering

Inmiddels heeft het grootste gedeelte van Landstede MBO haar onderwijs beschreven in de onderwijscatalogus, is examinering ingevoerd, hebben studenten een individueel studieplan en is er een integraal studentdossier beschikbaar voor betrokken begeleiders. Toch gaan de ambities verder. Geertsma: “We zullen ons moeten blijven concentreren op de student. Om hem of haar, vanuit zijn eigen ontwikkelproces, op de juiste manier verder te kunnen helpen en te laten ervaren dat leren leuk is. Eén ding is zeker: zonder het juiste instrumentarium waren we hierin niet zover gekomen.”

Meer weten?

Wil je meer weten hoe e-TO (Educator) het onderwijs van Landstede ondersteunt, lees dan de studiegids voor studenten.

Landstede MBO Studiegids